ECLI:NL:CRVB:2018:664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet tijdig melden langer verblijf in het buitenland
Appellanten ontvingen een ouderdomspensioen en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) op grond van de Participatiewet. Zij meldden in maart 2015 hun verblijf in Turkije zonder de duur te vermelden. Later gaven zij aan van 26 mei tot 28 september 2015 in Turkije te zijn geweest. De SVB beëindigde de AIO-aanvulling over de periode vanaf 26 augustus 2015 omdat het verblijf langer dan dertien weken duurde.
Vervolgens legde de SVB een boete van €260,- op wegens het niet tijdig melden van het verblijf. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze boete ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij geen verwijt treft en dat er dringende redenen zijn om af te zien van de boete.
De Raad oordeelde dat de SVB terecht heeft vastgesteld dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden. Er is geen sprake van verminderde verwijtbaarheid of dringende redenen zoals onaanvaardbare sociale of financiële consequenties. Het benadelingsbedrag was hoger dan €150,-, waardoor een boete passend is. Het hoger beroep wordt verworpen en de boete bevestigd.
Uitkomst: De boete van €260,- wegens het niet tijdig melden van een langer verblijf in het buitenland wordt bevestigd.