ECLI:NL:CRVB:2018:641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en afwijzing beroep op Amber-bepaling
Appellant heeft meerdere aanvragen gedaan voor een WIA- en WAO-uitkering, welke door het UWV zijn afgewezen op grond van het ontbreken van nieuwe feiten en de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 6 november 2006.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellant tegen het laatste besluit van het UWV ongegrond verklaard. Appellant stelde dat het rapport van AOB Compaz uit 2003 als nieuw feit moest worden beschouwd en dat hij onder de Amber-bepaling viel, omdat hij in 2003 arbeidsgehandicapt zou zijn geworden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het rapport uit 2003 niet nieuw is, aangezien dit al bij eerdere besluitvorming bekend was. Ook is geen bewijs dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag eerder ligt dan 6 november 2006. Het beroep op de Amber-bepaling faalt omdat appellant niet in een WAO-verzekerde periode arbeidsongeschikt is geworden.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering en wijst het beroep op de Amber-bepaling af.