ECLI:NL:CRVB:2018:601
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- B.J. van de Griend
- K.J. Kraan
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling pensioenopbouw tijdens wachtgeldperiode en intrekking coulanceverhoging
Appellant was werkzaam bij de gemeente De Bilt en ontving over bepaalde periodes wachtgeld. Vanaf 26 februari 1995 ontvangt hij pensioen op grond van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). In 2013 verzocht appellant om herziening van zijn pensioen met terugwerkende kracht, waarbij hij aanspraak maakte op pensioenopbouw over de wachtgeldperiode van 1 januari 1979 tot 7 september 1982, verwijzend naar een gemeentelijke verordening.
Verweerder wees dit verzoek in 2017 af, maar kende uit coulance een tijdelijke verhoging toe, die later werd ingetrokken. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard. De Raad oordeelde dat de overgangs- en slotbepalingen van de Appa (oud) duidelijk bepalen dat pensioenopbouw tijdens wachtgeld niet geldt voor uitkeringen toegekend vóór de inwerkingtreding van de wet.
Daarnaast oordeelde de Raad dat het verbod op reformatio in peius niet van toepassing is op de intrekking van de coulanceverhoging, omdat verweerder ook zonder bezwaar bevoegd was de uitkering te beëindigen. Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de coulancepensioenverhoging is rechtmatig.