ECLI:NL:CRVB:2018:598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening bestuursrechtelijke uitspraak over compensatie-uren
Verzoeker heeft bij brief van 3 augustus 2017 verzocht om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 oktober 2016, waarin het besluit van de Staatssecretaris van Financiën tot afwijzing van het verzoek om toevoeging van 847 compensatie-uren aan het levenslooptegoed werd bevestigd.
De Raad overweegt dat op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) herziening slechts mogelijk is bij nieuwe feiten of omstandigheden die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoeker heeft echter geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd, maar probeert een discussie te voeren over de juistheid van de eerdere uitspraak.
De Raad verwijst naar vaste rechtspraak dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor het voeren van dergelijke discussies. Daarom wordt het verzoek om herziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.