ECLI:NL:CRVB:2018:586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening studiefinanciering wegens gebruik onrechtmatig bewijs
Appellante was ingeschreven in de basisregistratie personen (brp) op een adres waar controleurs herhaaldelijk huisbezoeken probeerden af te leggen zonder iemand aan te treffen. Op basis van een rapport van deze controleurs herzag de minister de studiefinanciering van appellante, waarbij zij als thuiswonend werd aangemerkt en een bedrag werd teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond, maar in hoger beroep stelde de minister dat het rapport niet als bewijs kon dienen omdat het onderzoek door onbevoegde controleurs was uitgevoerd. De minister baseerde het besluit op verklaringen van appellante zelf, waarin zij toegaf niet meer op het brp-adres te wonen.
De Raad oordeelde dat de verklaringen van appellante niet als bewijs konden worden gebruikt omdat zij niet deugdelijk waren voorgelicht over het wegvallen van het onrechtmatig verkregen bewijs en de gevolgen van haar verklaring. Zonder het onrechtmatig verkregen bewijs en de verklaringen was er geen voldoende feitelijke grondslag voor de herziening. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd het eerdere besluit van 21 maart 2014 herroepen.
De minister werd veroordeeld in de proceskosten van appellante en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van studiefinanciering wordt vernietigd wegens gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs.