ECLI:NL:CRVB:2018:506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- A. Stehouwer
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-woonachtig zijn op uitkeringsadres
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand en gaf op te wonen op een specifiek uitkeringsadres. Naar aanleiding van een anonieme melding dat appellant zwart werkte en slechts sporadisch op het uitkeringsadres verbleef, voerde de sociale recherche een onderzoek uit, waarbij onder meer het water- en energieverbruik werd onderzocht. Dit verbruik was extreem laag, wat volgens vaste rechtspraak de veronderstelling rechtvaardigt dat het adres niet als feitelijk hoofdverblijf diende.
Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam trok de bijstand van appellant in en vorderde de kosten terug, omdat appellant niet aan zijn inlichtingenverplichting had voldaan en niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk op het adres woonde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij wel op het adres woonde, ondanks het ontbreken van gas, water en licht. Hij overlegde verklaringen van buurtbewoners en anderen. De Raad oordeelde echter dat de verklaringen onvoldoende specifiek waren en dat de uitleg van appellant over het gebruik van voorzieningen zonder water en energie niet aannemelijk was.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het college niet gehouden was tot nader onderzoek. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand en terugvordering bleven in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de bijstand en terugvordering worden bevestigd.