ECLI:NL:CRVB:2018:463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F. Hoogendijk
- W.F. Claessens
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking gezinsbijstand wegens exploitatie hennepkwekerij met bedrijfsmatig karakter
Appellanten ontvingen van 2004 tot 2014 gezinsbijstand op grond van de Wet werk en bijstand. In januari 2013 trof de politie in de schuur bij hun woning een hennepkwekerij met 21 planten aan. Het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard trok daarop de bijstand over de periode maart 2012 tot januari 2013 in en vorderde de kosten terug, wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de hennepteelt voor eigen gebruik was, met medische noodzaak, en dat de kwekerij niet bedrijfsmatig was. Ook stelde appellante dat zij niet op de hoogte was van de kwekerij en daarom niet kon worden verweten de inlichtingenverplichting te hebben geschonden.
De Raad oordeelde dat de kwekerij met 21 planten een bedrijfsmatig karakter had, mede omdat appellant aangaf een deel van de opbrengst aan kennissen te geven. De omstandigheden zoals de kleine schuur en het niet goed werkende afzuigsysteem deden hieraan niet af. Daarnaast geldt bij gezinsbijstand dat beide partners als een eenheid worden beschouwd, zodat onbekendheid met elkaars activiteiten niet als verweer kan gelden.
Daarmee is de intrekking van de bijstand terecht en is het hoger beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de gezinsbijstand wegens exploitatie van een hennepkwekerij met bedrijfsmatig karakter wordt bevestigd.