Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Gebleken is dat in het verleden het meenemen van goederen voor eigen gebruik en/of (kleinschalige) handel, bestaande praktijk was. Nu het strafontslag is gebaseerd op hetzelfde rapport en verklaringen van dezelfde medewerkers als in de zaak van A, ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen over de gestelde fraude. Betrokkene heeft erkend goederen (een schilderdoos) mee naar huis te hebben genomen. Dit heeft plaatsgevonden voor het aanscherpen van de (gedrags)regels. Strafontslag is ten aanzien van dit vergrijp niet evenredig te achten. Ook in het onvoldoende openheid van zaken geven ziet de rechtbank onvoldoende grondslag voor een onvoorwaardelijk strafontslag. Voor zover sprake is van onjuiste verklaringen, vormen deze niet op zichzelf noch in samenhang een voldoende onderbouwing voor het feit dat wel sprake zou zijn geweest van (grootschalige) fraude. Ten aanzien van het tekort schieten als leidinggevende is tot slot overwogen dat de functie van betrokkene niet wezenlijk anders is dan die van zijn collega A (plaatsvervangend [functie] ) ten aanzien waarvan is overwogen dat voor alle leidinggevenden geldt dat sprake is geweest van een “zwijgcultuur” zonder dat daaraan door het college consequenties zijn verbonden.