ECLI:NL:CRVB:2018:4202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens vermogen in Turkije
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam tot intrekking en terugvordering van bijstand. De intrekking was gebaseerd op het feit dat appellant vermogen in Turkije bezit dat hoger is dan het vrij te laten vermogen.
Appellant voerde aan dat hij de inlichtingenverplichting niet had geschonden, dat de door hem overgelegde waardebepaling zwaarder moest wegen dan de taxatie op verzoek van de ambassade, en dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. Deze gronden waren gelijk aan die in het eerdere beroep, waarop de rechtbank reeds gemotiveerd had beslist.
De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Het taxatierapport en het onderzoeksverslag van het Bureau Attaché Sociale Zaken van de Nederlandse ambassade te Ankara gaven voldoende duidelijkheid over de waarde van het gebouw bestaande uit drie appartementen op een perceel geregistreerd als landbouwgrond. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de aangehaalde gevallen niet vergelijkbaar waren.
De Raad bevestigde daarmee de intrekking en terugvordering van de bijstand en wees een veroordeling in de proceskosten af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens vermogen in Turkije wordt bevestigd.