ECLI:NL:CRVB:2018:4194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens te hoog eigen vermogen zonder opeisbare schuld
Appellant heeft een aanvraag om bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Groningen is afgewezen wegens een te hoog eigen vermogen. De periode die wordt beoordeeld loopt van 1 december 2015 tot 28 januari 2016, de datum van het besluit tot afwijzing.
Appellant stelde dat een lening van zijn vader het eigen vermogen zou verminderen, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt met een geldige, opeisbare vordering. De verklaring van lening was ongedateerd en achteraf opgesteld, en er was geen bewijs dat de vader de lening daadwerkelijk afdwingt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de afwijzing van de aanvraag. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan in het openbaar en is gebaseerd op de beoordeling van het eigen vermogen en de aard van de lening.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht afgewezen wegens te hoog eigen vermogen zonder een opeisbare schuld.