Uitspraak
3 november 2015, 14/6801 (aangevallen uitspraak)
mr. W.R.C. Adang.
OVERWEGINGEN
.
BESLISSING
H. Lagas als leden, in tegenwoordigheid van S.H.H. Slaats als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 december 2018.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was in 1996 als militair uitgezonden naar voormalig Joegoslavië en verzocht in 2009 om toekenning van een militair invaliditeitspensioen (mip) vanwege psychische klachten. Diverse medische onderzoeken, waaronder door verzekeringsartsen en psychiaters, concludeerden dat er geen direct medisch causaal verband bestond tussen de klachten en de uitzending.
De rechtbank wees het beroep af omdat onvoldoende aannemelijk was dat appellant op de peildatum leed aan een ziekte of gebrek veroorzaakt door militaire dienst. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die een zorgvuldig en consistent rapport uitbracht, waarin geen psychiatrische stoornis met causaal verband werd vastgesteld.
De Raad oordeelde dat de bezwaren van appellant tegen het deskundigenrapport geen nieuwe gronden bevatten en dat het rapport overtuigend was gemotiveerd. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van het mip gehandhaafd.
Uitkomst: De aanvraag om toekenning van een militair invaliditeitspensioen wordt afgewezen wegens ontbreken van medisch causaal verband.