ECLI:NL:CRVB:2018:4166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van weigering WIA-uitkering en toepassing beginsel equality of arms
Appellante, voormalig pedagogisch medewerker, meldde zich ziek wegens rug- en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV verrichtte medisch onderzoek en stelde vast dat zij beperkingen heeft, maar nog in staat is passende functies te vervullen. Het UWV wees de WIA-uitkering af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel en zag geen reden voor benoeming van een onafhankelijke deskundige, mede omdat de klachten en beperkingen in de medische stukken voldoende waren onderkend. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het beginsel van equality of arms was geschonden omdat geen onafhankelijke deskundige was benoemd en er een verschil van inzicht bestond tussen haar behandelaars en het UWV.
De Centrale Raad van Beroep volgde het stappenplan uit het arrest Korošec en oordeelde dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld, dat appellante voldoende gelegenheid had om medische stukken in te brengen, en dat de aanwezige medische informatie geschikt was om twijfel te zaaien. Er was geen sprake van onderschatting van beperkingen. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd en wijst het hoger beroep af.