Uitspraak
17 3339 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
€ 140,-;
in totaal € 170,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante diende op 12 februari 2016 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor griffierecht. Op 12 april 2016 stelde haar gemachtigde het college in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag. Het college stelde dat de ingebrekestelling pas ontvankelijk was vanaf 27 april 2016, de datum waarop de machtiging werd overgelegd.
De Raad oordeelt dat de ingebrekestelling van 12 april 2016 wel voldeed aan de eisen, ook al was de machtiging toen nog niet overlegd. Het college had de termijn van twee weken voor het geven van een beschikking vanaf die datum moeten laten lopen, zonder opschorting vanwege het verzoek om machtiging.
Omdat het college niet binnen die termijn besloot, verbeurde het een dwangsom. De Raad stelt de dwangsom vast op €140 voor de zeven dagen dat het college in gebreke bleef. Tevens worden de proceskosten van appellante toegewezen en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit en stelt een dwangsom van €140,- vast wegens te late beslissing.