Uitspraak
17.3405 WAO
11 april 2017, 15/2052 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, sinds 2001 arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 35 tot 45%, meldde zich in 2014 met toegenomen klachten. Het UWV stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 52,83% en wees bezwaar af. De rechtbank benoemde deskundigen Jonckheere en Wijers, die aanvullende beperkingen vaststelden en concludeerden dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) niet de juiste beperkingen weergaf.
Het UWV betwistte deze conclusies in hoger beroep, maar de Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat de deskundige Wijers overtuigend en zorgvuldig zijn conclusies motiveerde, inclusief een urenbeperking. Het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep bood onvoldoende grond om de conclusies te weerleggen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en veroordeelde het UWV in de proceskosten. Hiermee is het bestreden besluit van het UWV, dat de arbeidsongeschiktheid op 45 tot 55% stelde, niet in stand gebleven en dient het UWV een nieuwe beslissing te nemen op basis van de juiste medische grondslag.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.