ECLI:NL:CRVB:2018:3844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen verlaging bijstand wegens niet tijdig ingediend niet-ontvankelijk verklaard
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en staat onder bewindvoering. Het college heeft de bijstand tijdelijk met 100% verlaagd wegens onvoldoende medewerking aan re-integratieonderzoek.
Appellant maakte bezwaar tegen deze verlaging, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het college stelde dat het besluit correct aan de bewindvoerder was verzonden en dat toezending aan de bewindvoerder geldt als toezending aan appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de termijn van zes weken voor het indienen van bezwaar was verstreken en dat het niet ontvangen van het besluit door appellant zelf niet verschoonbaar was, aangezien de correspondentie aan de bewindvoerder was gericht.
De Raad wees erop dat het risico van niet-ontvangst door nalatigheid van de bewindvoerder voor rekening van appellant komt. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift bevestigd.