ECLI:NL:CRVB:2018:3748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Hillen
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemelde kasstortingen en bijschrijvingen
Appellant ontvangt sinds 2008 bijstand op grond van de Participatiewet. In het kader van een heronderzoek heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam bankafschriften en verklaringen opgevraagd over stortingen en bijschrijvingen op de bankrekening van appellant.
Het college stelde vast dat in de periode van 1 mei 2015 tot en met 30 april 2016 meerdere kasstortingen en bijschrijvingen hadden plaatsgevonden die niet waren gemeld. Appellant kon de herkomst van deze stortingen niet aannemelijk maken met controleerbare gegevens. Het college besloot daarom de bijstand over die periode te herzien en terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de stortingen afkomstig waren van eigen creditcardopnames en dat bijschrijvingen leningen of terugbetalingen waren, maar deze stellingen werden niet voldoende onderbouwd.
De Raad oordeelde dat kasstortingen en bijschrijvingen in beginsel als middelen in de zin van de Participatiewet worden beschouwd en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet vrijelijk over deze gelden kon beschikken. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en intrekking van de bijstand worden bevestigd.