ECLI:NL:CRVB:2018:3644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening dwangsombesluit inzake bijzondere bijstand hypotheeklasten
Appellante ontvangt sinds 2011 bijstand en verzocht in 2014 om bijzondere bijstand voor hypotheeklasten. Het college wees dit verzoek af en stelde dat het e-mailbericht geen aanvraag was. Appellante stelde het college in gebreke en vroeg om een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen. Het college wees dit af en de rechtbank vernietigde het niet tijdig genomen besluit en bepaalde dat het college alsnog moest beslissen en een dwangsom moest betalen.
Appellante verzocht later het college om het dwangsombesluit te herzien, maar dit werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij werd overwogen dat een dwangsom niet kan worden verbeurd wegens het niet tijdig nemen van een dwangsombesluit of een besluit op bezwaar tegen een dwangsombesluit.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte niet had beoordeeld of het dwangsombesluit was komen te vervallen. De Raad oordeelde dat de vernietiging van het besluit op bezwaar niet leidt tot verval van het dwangsombesluit en dat het doel van de dwangsom, het voorkomen van verdere vertraging, was bereikt. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om terug te komen van het dwangsombesluit wordt afgewezen.