ECLI:NL:CRVB:2018:3619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens voldoende belastbaarheid voor productiemedewerker
Appellante meldde zich in 2010 ziek en kreeg aanvankelijk een uitkering op grond van de Wet WIA. Het UWV stelde vast dat zij per 24 mei 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor functies zoals productiemedewerker. Na een nieuwe ziekmelding in 2014 en medisch onderzoek in 2015 stelde het UWV vast dat zij geen recht meer had op ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren over onderschatting van haar psychische en fysieke beperkingen, met verwijzing naar rapporten van psychiaters en verzekeringsartsen. De Raad concludeerde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en deugdelijke onderbouwd was, ook met betrekking tot haar rechterarm en psychische belastbaarheid. De functie van productiemedewerker bleef passend, ook gezien de vastgestelde beperkingen.
De Raad wees het beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor inschakeling van een externe deskundige en geen grond voor proceskostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 14 november 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om het recht op ziekengeld te beëindigen wordt bevestigd.