ECLI:NL:CRVB:2018:3617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Appellant niet aan te merken als marginale zelfstandige vanwege onvoldoende afstand tot arbeidsmarkt
In deze zaak stond de vraag centraal of appellant kon worden aangemerkt als marginale zelfstandige op grond van de Beleidsregels marginale zelfstandigen 2015. Volgens deze regels moet een marginale zelfstandige een bijstandsgerechtigde zijn die zelfstandige activiteiten van geringe omvang verricht en een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft, bijvoorbeeld door een lange werkloosheidsduur.
Appellant betoogde dat hij vanwege zijn leeftijd en opleiding alleen in aanmerking komt voor onregelmatige inkomsten via een nulurencontract en dat er geen uitzicht is op volledige uitstroom naar betaalde arbeid. Hij stelde dat hij daarom wel degelijk een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft.
Het college stelde zich op het standpunt dat appellant geen grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft, omdat hij sinds 2005 op oproepbasis werkt bij een beveiligingsbedrijf en sinds 2010 bij een tweede, met substantiële inkomsten in 2015 van €9.621,- uit loondienst. Ook was hij door een Adviseur Werving en Selectie als bemiddelbaar voor voltijd functies aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het standpunt van het college en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. De Raad oordeelde dat appellant geen grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft en daarmee niet voldoet aan de voorwaarden voor marginale zelfstandigheid onder de beleidsregels.
Uitkomst: Appellant wordt niet aangemerkt als marginale zelfstandige vanwege onvoldoende afstand tot de arbeidsmarkt.