ECLI:NL:CRVB:2018:3568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven en toekenning ouderdomspensioen AOW
Appellante, gehuwd sinds 2009, vroeg in 2015 een ouderdomspensioen en overbruggingsuitkering aan bij de Sociale Verzekeringsbank (Svb). De Svb kende haar een ouderdomspensioen toe volgens de gehuwdennorm, maar wees de overbruggingsuitkering af wegens het niet verstrekken van inkomensgegevens van haar echtgenoot. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot en dat er sprake was van rechtsongelijkheid tussen gehuwden en ongehuwden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat duurzaam gescheiden leven betekent dat echtgenoten ieder afzonderlijk hun leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat deze toestand bestendig is bedoeld.
De Raad concludeerde dat appellante en haar echtgenoot weliswaar niet samenwoonden en geen financiële verstrengeling hadden, maar wel contact onderhielden, elkaar bezochten, samen op vakantie gingen en een affectieve relatie hadden. Dit leidde tot de conclusie dat zij niet duurzaam gescheiden leefden in de zin van de AOW.
Verder werd geoordeeld dat het onderscheid tussen gehuwden en ongehuwden gerechtvaardigd is vanwege de afdwingbare zorgverplichting tussen gehuwden. De aanvraag voor de overbruggingsuitkering werd terecht afgewezen omdat appellante geen inkomensgegevens van haar echtgenoot verstrekte. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van het ouderdomspensioen naar gehuwdennorm bevestigd; de overbruggingsuitkering wordt geweigerd wegens ontbreken inkomensgegevens echtgenoot.