Betrokkene, lijdend aan de ziekte van Parkinson, vroeg op grond van de Wmo 2015 een traplift aan. Het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem wees deze aanvraag af, stellende dat een traplift geen passende bijdrage leverde aan zelfredzaamheid en participatie, en dat verhuizen naar een rolstoeltoegankelijke woning een langdurige oplossing bood.
Tijdens de bezwaarprocedure plaatste betrokkene zelf een traplift. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Betrokkene overleed daarna, waarna zijn erven hoger beroep instelden. Zij stelden dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de kosten van een traplift en de beschikbaarheid van geschikte woningen.
De Raad concludeerde dat het college zich ten onrechte op het standpunt stelde dat de traplift geen passende bijdrage leverde, mede gelet op medische adviezen die een traag verloop van de ziekte en het adequaat gebruik van de traplift bevestigden. Tevens had het college onvoldoende onderzoek gedaan naar de beschikbaarheid en kosten van alternatieve woningen, waardoor het verhuisprimaat niet mocht worden tegengeworpen.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en het oorspronkelijke besluit van 29 mei 2015, en verstrekte aan appellanten een persoonsgebonden budget ter hoogte van de feitelijke kosten van de traplift. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten.