ECLI:NL:CRVB:2018:3498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgvuldigheid medisch onderzoek en beperkingen bij ziekengeld na eerste ziektejaar
Appellant, voormalig onderhoudsmedewerker, meldde zich ziek met hart- en longklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en stopte het ziekengeld. Appellant maakte bezwaar en beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad beoordeelde in hoger beroep of het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en of het zogenoemde Protocol COPD correct was toegepast. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts een volledig en zorgvuldig onderzoek had gedaan, inclusief dossierstudie, anamnese, lichamelijk en psychisch onderzoek en betrokkenheid van longartsen. Het niet opnieuw lichamelijk onderzoeken in bezwaar werd niet als onzorgvuldig beoordeeld.
Verder werd geoordeeld dat het Protocol COPD slechts een hulpmiddel is en dat de verzekeringsarts meerdere aspecten in onderlinge samenhang heeft beoordeeld. De rechtbank en de Raad vonden geen aanleiding om de medische beoordeling of de arbeidskundige onderbouwing te verwerpen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.