ECLI:NL:CRVB:2018:3441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing herziening studiefinanciering wegens vermeend niet-thuiswonen
Betrokkene stond ingeschreven op een adres waar ook zijn oom en tante woonden, terwijl zijn ouders op een ander adres stonden ingeschreven. De minister kende studiefinanciering toe op basis van de norm voor uitwonende studenten, maar herzag dit besluit na een huisbezoek en een rapport waarin werd geconcludeerd dat betrokkene niet op het brp-adres woonde.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het herzieningsbesluit omdat onvoldoende was vastgesteld dat betrokkene niet op het brp-adres woonde. De minister ging in hoger beroep en voerde aan dat reisgegevens het bewijs leverden dat betrokkene niet op het brp-adres woonde.
De Raad oordeelde dat het onderzoek en het rapport van de controleurs onvoldoende zorgvuldig waren uitgevoerd en dat het rapport tegenstrijdigheden en onduidelijkheden bevatte. Ook de reisgegevens waren onvoldoende om het besluit te dragen. De minister heeft niet aannemelijk gemaakt dat betrokkene niet op het brp-adres woonde, zodat het hoger beroep wordt afgewezen.
De minister werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene en het griffierecht werd vastgesteld. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldig en onderbouwd onderzoek bij herziening van studiefinanciering.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt afgewezen en het besluit tot herziening van studiefinanciering wordt vernietigd.