ECLI:NL:CRVB:2018:3383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F. Hoogendijk
- M. ter Brugge
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten en prostitutiewerk
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Uit onderzoek van de sociale recherche bleek dat zij inkomsten had uit gokactiviteiten en prostitutiewerkzaamheden die zij niet had gemeld. Daarnaast was er sprake van een discrepantie tussen haar inkomsten en uitgaven.
Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade trok de bijstand over de periode van 1 juli 2012 tot en met 12 mei 2015 in en vorderde de kosten terug. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad oordeelde dat het niet melden van inkomsten uit gokken en prostitutiewerk een schending van de inlichtingenverplichting vormt, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Ook de discrepantie tussen inkomsten en uitgaven ondersteunde dit oordeel. De bezwaren tegen de proportionaliteit van de terugvordering en de wijze van bewijsvergaring werden verworpen. De terugvordering bleef in stand.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten en prostitutiewerk worden bevestigd.