ECLI:NL:CRVB:2018:3363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie
Appellant vroeg op 4 mei 2016 bijstand aan op grond van de Participatiewet. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling vanwege onvolledige informatie. Na bezwaar wees het college de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk maakte hoe hij in zijn levensonderhoud voorzag en onduidelijk was of ontvangen gelden van familie en derden terugbetaald moesten worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de overgelegde documenten niet voldoende bewijs boden dat de ontvangen bedragen daadwerkelijk leningen waren met terugbetalingsverplichting. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de terugbetaling was gestart en dat het recht op bijstand vastgesteld moest worden.
De Raad overwoog dat kasstortingen en bijschrijvingen in principe als middelen worden beschouwd, ook als het leningen betreft, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat het om leningen gaat die terugbetaald worden. Appellant maakte dit niet aannemelijk en gaf bovendien onvoldoende informatie over andere inkomsten en werkzaamheden, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellant.