ECLI:NL:CRVB:2018:3350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet-naleving administratieve verplichtingen
Het zorgkantoor heeft aan appellant een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend voor 2012, maar dit bedrag later lager vastgesteld en een deel teruggevorderd wegens onvoldoende naleving van administratieve verplichtingen. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door de rechtbank. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn psychische problematiek hem verhinderde aan de verplichtingen te voldoen en dat een deel van het pgb wel degelijk aan zorg was besteed.
De Raad overwoog dat het zorgkantoor bevoegd was het pgb lager vast te stellen vanwege het niet-naleven van artikel 2.6.9 van de Regeling subsidies AWBZ. De belangenafweging door het zorgkantoor was redelijk, mede omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de zorg daadwerkelijk vanuit het pgb was betaald. Het ontbreken van bewijs kwam voor zijn rekening en risico.
Verder oordeelde de Raad dat er geen sprake was van een onaanvaardbare situatie door de terugvordering en dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het teveel betaalde pgb bevestigd.