Uitspraak
16.3185 WIA, 16/3186 WIA
OVERWEGINGEN
dr. M.R.P. Dhooghe (Dhooge), psychiater [psychiater] ( [psychiater] ) en de door GGZ Oost Brabant in februari 2016 opgestelde behandelovereenkomst.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als machine operator, viel in 2009 uit wegens psychische klachten en ontving sindsdien een WIA-uitkering. Het UWV herbeoordeelde in 2015 zijn arbeidsongeschiktheid en stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering werd beëindigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen, met name psychische klachten en visusproblemen, onvoldoende waren meegewogen. Hij verwees naar medische rapporten van zijn medisch adviseur, oogarts en psychiater, evenals een behandelovereenkomst van GGZ.
De Raad oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht, inclusief meerdere spreekuurbezoeken en dossierstudie. De verzekeringsartsen concludeerden dat appellant met zijn beperkingen passende functies kon vervullen. De psychiaterrapporten kregen minder gewicht vanwege de geschorste BIG-registratie en onvoldoende onderbouwing. De Raad bevestigde dat appellant per 28 april 2015 geen recht meer had op WIA-uitkering.
De rechtbank had dit oordeel eerder ook al bevestigd. De Centrale Raad van Beroep concludeert dat de bestreden besluiten terecht zijn genomen en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 28 april 2015 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.