Uitspraak
17.724 PW
8 december 2016, 16/4820 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving vanaf 2012 bijstand, die in 2015 werd ingetrokken omdat zijn woon- en leefsituatie niet kon worden vastgesteld. Diverse aanvragen om hernieuwde bijstand, steeds met hetzelfde opgegeven woonadres, werden afgewezen omdat appellant geen gewijzigde omstandigheden kon aantonen.
Na een huisbezoek waarbij appellant niet kon aantonen dat hij daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde, handhaafde het college de afwijzingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en dit hoger beroep bevestigt die uitspraak.
De Raad oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn woonsituatie relevant is gewijzigd en dat de enkele vermelding van het adres onvoldoende is. Ook het aanbod tot een nieuw huisbezoek is niet aannemelijk gemaakt. Daarom slaagt het hoger beroep niet en blijft de afwijzing van de bijstand van kracht.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvragen wordt bevestigd wegens het ontbreken van gewijzigde woonomstandigheden.