ECLI:NL:CRVB:2018:2695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor niet gemelde inkomsten bij bijstandsverlening
Appellante ontvangt sinds 2005 bijstand en heeft in december 2014 en januari 2015 werkzaamheden verricht voor twee werkgevers, waaruit zij inkomsten genoot die zij niet tijdig heeft gemeld. Het college legde haar een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting, met toepassing van normale verwijtbaarheid en recidive.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellante haar meldingsplicht heeft geschonden en dat dit verwijtbaar is, omdat het haar duidelijk had moeten zijn dat het melden van inkomsten van invloed is op het recht op bijstand.
De argumenten van appellante over late ontvangst van salarisspecificaties en werkzaamheden bij een andere werkgever leiden niet tot vermindering van verwijtbaarheid. De boete is daarom evenredig en terecht opgelegd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De boete wegens het niet tijdig melden van inkomsten wordt bevestigd wegens normale verwijtbaarheid en recidive.