ECLI:NL:CRVB:2018:2691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde kasstortingen
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd onderzocht vanwege vermoedens van een gezamenlijke huishouding en niet gemelde kasstortingen op haar bankrekening. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam herzag de bijstand en vorderde terug wegens het niet melden van stortingen van in totaal €14.335 gedurende juli 2013 tot augustus 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen een informatieve brief niet-ontvankelijk en wees de beroepen tegen de herzieningsbesluiten af. In hoger beroep betoogde appellante dat de stortingen niet tot haar middelen behoorden omdat zij betalingen voor vriendinnen betrof en deels leningen van de kerk waren. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende objectief bewijs leverde en dat kasstortingen in principe als inkomsten worden beschouwd.
De Raad bevestigde dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door de stortingen niet te melden, waardoor het college terecht de bijstand heeft herzien en teruggevorderd. Het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het informatieve besluit werd verworpen wegens gebrek aan procesbelang.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen wordt bevestigd.