ECLI:NL:CRVB:2015:2061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij schorsing WAZ-uitkering
Appellant ontvangt sinds 31 december 2003 een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft bij besluit van 30 oktober 2012 de betaling van deze uitkering per 1 november 2012 geschorst. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing eveneens ongegrond.
In hoger beroep betoogt appellant dat het Uwv ten onrechte heeft geconcludeerd dat hij werkzaamheden verrichtte en daarmee €36.000,- verdiende, en dat hij nog geen definitieve aanslag van de Belastingdienst had ontvangen. Het Uwv verzocht bevestiging van het eerdere oordeel en wees erop dat appellant geen rechtsmiddelen had aangewend tegen latere besluiten die de uitkering vanaf 2009 niet uitbetaalden en vanaf 2014 introkken.
De Raad overweegt dat procesbelang ontbreekt omdat appellant geen bezwaar heeft gemaakt tegen de latere besluiten die de uitkering feitelijk beëindigen. Hierdoor kan het hoger beroep tegen de schorsing uit 2012 niet leiden tot herstel van de uitkering met terugwerkende kracht. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.