ECLI:NL:CRVB:2018:2518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.J.A. Kooijman
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Beëindiging AIO-aanvulling door toepassing kostendelersnorm bij meerpersoonshuishouden
Appellante, geboren in 1930, ontving een gedeeltelijk AOW-pensioen en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). Zij woont samen met haar zoon, dochter, schoonzoon en kleinkind in één woning. De Sociale verzekeringsbank (Svb) beëindigde per 1 juli 2015 haar AIO-aanvulling vanwege toepassing van de kostendelersnorm, omdat zij een vijfpersoonshuishouden voert.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep ging. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de kostendelersnorm zoals opgenomen in artikel 22a van de Participatiewet (PW) correct is toegepast. Deze norm houdt rekening met het aantal meerderjarige personen in dezelfde woning en leidt tot een lagere bijstandsnorm bij meer woningdelers.
Appellante voerde aan dat sprake zou zijn van verboden discriminatie omdat zij een gedeeltelijk AOW-pensioen ontvangt en de kostendelersnorm niet op volledig AOW-pensioen wordt toegepast. De Raad verwierp dit standpunt, verwijzend naar het fundamentele verschil tussen de PW en de AOW. Ook het aangevoerde onderzoek naar gevolgen van de kostendelersnorm en het beroep op onredelijkheid van de uitkomst werden niet gevolgd.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de AIO-aanvulling op grond van de kostendelersnorm.