Uitspraak
16 7693 PW
6 december 2016, 16/5141 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg op 9 maart 2016 een WW-uitkering aan, die op 8 april 2016 werd afgewezen. Vervolgens meldde appellant zich pas op 29 april 2016 voor bijstand op grond van de Participatiewet, terwijl hij betoogde dat de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 20 maart 2016 toegekend moest worden.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam kende bijstand toe vanaf 29 april 2016 en verklaarde het bezwaar tegen de ingangsdatum ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat volgens vaste rechtspraak bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Appellant heeft zich niet zo spoedig mogelijk na de afwijzing van de WW-uitkering gemeld, en het feit dat hij niet wist dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, vormt geen rechtvaardiging.
De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.