Uitspraak
OVERWEGINGEN
5 mei 2014 heeft de verzekeringsarts na ontvangst van bij onder andere het Riagg ingewonnen informatie vastgesteld dat de medische situatie niet wezenlijk anders is dan tijdens het verzekeringsgeneeskundig onderzoek dat na afloop van de wachttijd heeft plaatsgevonden. De beperkingen van appellante voor het verrichten van arbeid in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) die per einde wachttijd gold zijn overgenomen in een FML van
20 mei 2014. Een arbeidsdeskundige heeft vervolgens in een rapport van 1 juli 2014 aan de hand van wat appellante kan verdienen met geselecteerde voorbeeldfuncties berekend dat de mate van haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% is.