ECLI:NL:CRVB:2018:2476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- A. Beuker-Tilstra
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing verzoek tot heroverweging functiewaardering politieambtenaren
Appellanten, politieambtenaren werkzaam in de functie van hoofdmedewerker in salarisschaal 6, hebben bij de korpschef verzoeken ingediend tot herwaardering van hun functie over de periode 31 december 2009 tot en met 31 maart 2011. Deze verzoeken werden door de korpschef afgewezen en de bezwaren ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelden appellanten dat de functiewaardering niet volgens de voorgeschreven werkwijze van de Regeling functiewaardering Nederlandse politie was uitgevoerd en dat onduidelijk was of de juiste documenten waren gebruikt, mede door wijzigingen in artikel 7 van Pro het Besluit bezoldiging politie. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de functiewaardering een zelfstandig besluit is gebaseerd op de vastgestelde functiebeschrijving en dat het bevoegd gezag niet verplicht is elk verzoek tot heroverweging inhoudelijk te behandelen zonder voldoende aanleiding.
De Raad stelde vast dat de korpschef een redelijke werkwijze had gevolgd bij het vergelijken van functies binnen referentiemateriaal en dat de gehanteerde methode niet als onjuist kan worden bestempeld. Ook was voldoende duidelijk dat de gebruikte documenten betrekking hadden op de relevante periode. De Raad concludeerde dat de korpschef de verzoeken tot heroverweging terecht had afgewezen en bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de verzoeken tot heroverweging van de functiewaardering door de korpschef.