ECLI:NL:CRVB:2018:2341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen besluit MAU-uitkering gemeente Enschede inzake verdeelstoornissen
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel die het bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van Enschede tegen een besluit over de meerjarige aanvullende uitkering (MAU-uitkering) gegrond verklaarde. Het geschil draait om de vraag of de staatssecretaris voldoende heeft voldaan aan de vergewisplicht en of het onderzoek naar de oorzaken van het tekort op het WWB-inkomensdeel adequaat en zorgvuldig is uitgevoerd.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende inzicht had gegeven in de onderliggende gegevens en dat de vergewisplicht niet was nageleefd. De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat de toetsingscommissie de Inspectie SZW heeft ingeschakeld voor het onderzoek en dat deze zich heeft laten adviseren door een deskundige (APE). Dit is in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en de nota van toelichting bij het Besluit WWB 2007. De Raad oordeelt dat de toetsingscommissie en de Inspectie zorgvuldig hebben gehandeld en dat de staatssecretaris de vergewisplicht heeft nageleefd.
Verder concludeert de Raad dat het tekort van de gemeente Enschede niet volledig het gevolg is van een verdeelstoornis, maar dat 45% van het tekort verklaarbaar is uit verdeelstoornissen. Het beroep van het college op aanvullende lokale omstandigheden leidt niet tot een ander oordeel. De Centrale Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de staatssecretaris ongegrond.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en verklaart het geschil daarmee definitief beslecht.
Uitkomst: Het beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van de MAU-uitkering blijft in stand.