ECLI:NL:CRVB:2018:2292

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juli 2018
Publicatiedatum
26 juli 2018
Zaaknummer
17/2166 WWB-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf

De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland inzake de intrekking van een bijstandsuitkering. Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen had de bijstand ingetrokken op grond van het vermoeden dat betrokkene niet in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeerde.

Betrokkene voerde aan dat een derde, die exclusief gebruiker was van twee auto’s die veelvuldig bij betrokkene voor de deur stonden, zijn hoofdverblijf op het adres van betrokkene had. Dit zou de intrekking moeten weerleggen. De Raad oordeelde echter dat uit deze feiten niet volgt dat het hoofdverblijf van die derde op het adres van betrokkene was, en dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat onvoldoende concrete feiten en omstandigheden waren om dit aan te tonen.

De Raad verwierp ook het subsidiaire beroep dat betrokkene niet in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeerde. De overwegingen die het college aanvoerde, gingen uit van de veronderstelling dat de derde zijn hoofdverblijf op het adres van betrokkene had, wat onvoldoende was bewezen. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijstandsuitkering en veroordeelde het college in de proceskosten.

Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf op het adres van betrokkene.

Uitspraak

17.2166 WWB-PV

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 23 februari 2017, 16/3226 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (college)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
Datum uitspraak: 10 juli 2018
Zitting hebben:
J.L. Boxum als voorzitter en J.J.A. Kooijman en P.W. van Straalen als leden.
Griffier: S.A. de Graaff
Namens het college is verschenen mr. W. Bloemena. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. G.J. de Kaste, advocaat.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • bevestigt de aangevallen uitspraak;
  • veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 501,-;
  • bepaalt dat van het college een griffierecht van € X wordt geheven.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
  • De beroepsgrond dat is aangetoond dat [naam] de exclusieve gebruiker is van de zwarte Mercedes Benz en de Volkswagen Passat en dat de Passat veelvuldig bij betrokkene voor de deur stond, slaagt niet, nu uit die feiten niet volgt dat [naam] zijn hoofdverblijf had op het adres van betrokkene. De rechtbank heeft voor het overige terecht overwogen dat uit het onderzoek dat aan de besluitvorming ten grondslag is gelegd, onvoldoende concrete feiten en omstandigheden zijn gebleken waaruit het hoofdverblijf van [naam] op het adres van betrokkene kan worden afgeleid.
  • De tweede beroepsgrond, dat er een subsidiaire grond was voor de intrekking, namelijk dat betrokkene niet in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeerde, slaagt ook niet. Uit de overweging in de beslissing op bezwaar dat de drie auto’s die exclusief bestemd zijn voor de bewoners van het uitkeringsadres zich niet verdragen met vermeende bijstandsbehoeftige omstandigheden, kan niet worden afgeleid dat aan de intrekking van de bijstand van betrokkene naar de norm voor een alleenstaande ten grondslag is gelegd dat betrokkene als alleenstaande niet in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeerde. De overweging gaat uit van de veronderstelling dat [naam] zijn hoofdverblijf had op het adres van betrokkene, terwijl uit wat hierboven is overwogen volgt dat onvoldoende concrete feiten en omstandigheden zijn gebleken waaruit dit hoofdverblijf kan worden afgeleid.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) S.A. de Graaff (getekend) J.L. Boxum
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending van dit proces-verbaal beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over de gezamenlijke huishouding.