ECLI:NL:CRVB:2018:2263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag indicatie langdurige zorg wegens niet-verzekerd verblijf
Appellant, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, heeft bij het CIZ een indicatie aangevraagd voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde stukken, maar beoordeelde de aanvraag later inhoudelijk en wees deze af omdat appellant niet verzekerd is voor de Wlz.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat niet-verzekerden, zoals appellant, geen aanspraak kunnen maken op een indicatie via het CIZ. De rechtbank verwees naar de wetsgeschiedenis waarin is bepaald dat het recht op Wlz-zorg alleen via een indicatie voor verzekerden wordt vastgesteld. Niet-verzekerden moeten zich rechtstreeks tot zorgaanbieders wenden, die bij betalingsonmacht een beroep kunnen doen op de vergoedingsregeling van de Zorgverzekeringswet.
Appellant voerde aan dat hij zonder indicatie geen toegang tot langdurige zorg heeft en dat dit in strijd is met internationale rechten. De Raad voor de Rechtspraak oordeelde echter dat het CIZ niet bevoegd was om een indicatie te verlenen aan niet-verzekerden en onderschreef de eerdere overwegingen van de rechtbank. Het hoger beroep werd verworpen, en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 juli 2018.
Uitkomst: De aanvraag voor een indicatie langdurige zorg wordt afgewezen omdat appellant niet verzekerd is voor de Wlz vanwege zijn niet-rechtmatig verblijf.