Uitspraak
16.2180 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 22 september 2015 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
De Sociale verzekeringsbank (Svb) had een vordering van €8.890,24 wegens te veel ontvangen AIO-aanvulling vastgesteld en deze verrekend met het ouderdomspensioen van betrokkene via maandelijkse inhoudingen. Na bezwaar stelde de Svb de inhouding bij een besluit van 22 september 2015 vast op €50 per maand en kende een kostenvergoeding van €490 toe voor rechtsbijstand in bezwaar, welke ook werd verrekend met de openstaande vordering.
Betrokkene stelde beroep in tegen de verrekening van deze kostenvergoeding. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en oordeelde dat de kostenvergoeding niet met de vordering mocht worden verrekend omdat deze niet expliciet aan de rechtzoekende was toegekend, maar aan de rechtshulpverlener.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat de verrekening feitelijk plaatsvindt tussen het bestuursorgaan en de betrokkene, waarbij de betaling aan de derde (rechtshulpverlener) slechts een gevolg is. Hierdoor is voldaan aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 60a, vierde lid, van de Participatiewet en is de Svb bevoegd de kostenvergoeding te verrekenen. Het hoger beroep van de Svb slaagt, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 22 september 2015 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.