ECLI:NL:CRVB:2018:2218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen arbeid
Appellant was werkzaam als schoonmaker tot 30 april 2015 en meldde zich op 6 mei 2015 ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde op 25 augustus 2015 vast dat appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid en beëindigde het recht op ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen aanwijzingen voor ernstige psychotische klachten aanwezig waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische klachten en beperkingen werden onderschat en dat het onderzoek ondeugdelijk was. Hij verwees naar eerdere diagnoses van psychotische klachten door behandelaars. Het UWV handhaafde het standpunt dat appellant geschikt was voor zijn functie als schoonmaker.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij geen psychotische verschijnselen werden vastgesteld. De klachten werden eerder gezien als een aanpassingsstoornis met depressieve kenmerken, die geen belemmering vormen voor het lichte, weinig stresserende werk. Ook werd het ontbreken van ziekmeldingen tijdens het dienstverband meegewogen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd wegens geschiktheid voor eigen arbeid.