ECLI:NL:CRVB:2018:2150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding onroerend goed in Turkije
Appellant ontving bijstand samen met zijn partner in de periode van november 2003 tot januari 2005. Naar aanleiding van een tip is een onderzoek ingesteld naar het bezit van onroerend goed van de partner in Turkije, waaruit bleek dat zij meerdere woningen bezat en een Turks pensioen ontving. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug omdat deze vermogensbestanddelen niet waren gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Appellant voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij en zijn partner niet inlichtingenplichtig waren, maar deze gronden werden verworpen. De Raad oordeelde dat het onderzoek verifieerbaar was en dat de partner daadwerkelijk beschikte over onroerend goed.
De Raad concludeerde dat appellant en zijn partner de inlichtingenplicht hadden geschonden door het bezit van onroerend goed niet te melden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De intrekking en terugvordering zijn daarom terecht. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en terugvordering van kosten worden bevestigd wegens niet-melding van onroerend goed in Turkije.