ECLI:NL:CRVB:2018:2099
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit UWV over beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatst werkzaam als begeleider van vluchtelingen, ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een melding van verslechtering in 2014 stelde het UWV vast dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en beëindigde de uitkering per 2015.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit omdat appellant niet in de gelegenheid was gesteld te worden gehoord over het gewijzigde standpunt van het UWV, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De rechtbank oordeelde verder dat het medisch oordeel juist was en dat geen onafhankelijk deskundige hoefde te worden ingeschakeld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder strijd met rechtszekerheid en het verbod van reformatio in peius, en betwistte het oordeel over zijn opleidingsniveau en de functies die hij zou kunnen vervullen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant geen nieuwe gronden heeft aangevoerd en onderschrijft de motivering van de rechtbank volledig. Er is geen aanleiding een onafhankelijk medisch deskundige te benoemen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.