ECLI:NL:CRVB:2018:2066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A. Beuker-Tilstra
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafontslag wegens plichtsverzuim ambtenaar
Appellant was sinds 2011 werkzaam bij de gemeente Leiden en kreeg meerdere disciplinaire maatregelen opgelegd wegens ongepaste communicatie en bejegening van collega's en leidinggevenden. Na een schriftelijke waarschuwing, berisping en geldboete werd hem in maart 2017 een voorwaardelijk strafontslag opgelegd, dat niet ten uitvoer zou worden gelegd indien hij zich gedurende een jaar niet opnieuw schuldig maakte aan plichtsverzuim.
In april 2017 werd vastgesteld dat appellant zonder toestemming technische tekeningen van de gemeente op social media had geplaatst en nevenwerkzaamheden verrichtte zonder melding. Ondanks een dienstopdracht verwijderde hij de tekeningen niet binnen 24 uur. Het college besloot daarom het voorwaardelijke strafontslag per 1 juni 2017 ten uitvoer te leggen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het plichtsverzuim toerekenbaar is en dat het college bevoegd was tot tenuitvoerlegging. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot afzien van tenuitvoerlegging leidden. De stelling van discriminatie door appellant werd niet onderbouwd.
De Raad benadrukte dat bij toetsing van een besluit tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke disciplinaire straf alleen beoordeeld wordt of de voorwaarde is vervuld en of het bestuursorgaan redelijk heeft gehandeld. Een evenredigheidstoetsing is niet aan de orde. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag bevestigd.