ECLI:NL:CRVB:2018:2017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking loongerelateerde WGA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, voormalig medewerker onderhoud machines, meldde zich ziek met gewrichtsklachten en ontving aanvankelijk een Ziektewet-uitkering. Na aanvraag van een WIA-uitkering stelde het UWV op basis van medisch onderzoek en een functionele mogelijkhedenlijst (FML) dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waardoor de loongerelateerde WGA-uitkering werd ingetrokken.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen onderschat waren en de geselecteerde functies niet passend. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit af. In hoger beroep handhaafde appellant zijn bezwaar met verwijzing naar aanvullende medische stukken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, waarbij rekening is gehouden met alle beperkingen. De FML is aangepast en de geselecteerde functies zijn passend geacht. Nieuwe medische informatie bood geen aanleiding tot herziening. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de loongerelateerde WGA-uitkering heeft ingetrokken.