Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2018:2012

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 juni 2018
Publicatiedatum
3 juli 2018
Zaaknummer
16/7650 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling draagkracht appellant en terugbetaling ten onrechte ingehouden bijstand

In deze zaak stond de vaststelling van de draagkracht van appellant vanaf 1 maart 2015 centraal. Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem had eerder een besluit genomen waarin werd aangenomen dat appellant draagkracht had, wat leidde tot inhouding van bijstand.

Tijdens de zitting heeft het college haar standpunt gewijzigd en erkend dat appellant geen draagkracht had. Hierdoor kon de eerdere uitspraak van de rechtbank Gelderland niet in stand blijven. De Centrale Raad van Beroep stelde daarom de draagkracht van appellant per 1 maart 2015 vast op nihil.

Het college werd veroordeeld tot terugbetaling van de ten onrechte ingehouden bijstand, inclusief de wettelijke rente over de nabetalingen vanaf genoemde datum. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellant.

Deze uitspraak benadrukt het belang van een correcte vaststelling van draagkracht bij bijstandsverlening en bevestigt dat onterechte inhoudingen moeten worden terugbetaald met rente.

Uitkomst: De draagkracht van appellant is vastgesteld op nihil vanaf 1 maart 2015 en het college is veroordeeld tot terugbetaling van ten onrechte ingehouden bijstand met wettelijke rente.

Uitspraak

16.7650 PW-PV, 16/7651 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 3 november 2016, 16/1204 en 16/3249 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Arnhem (college)
Datum uitspraak: 28 juni 2018
Zitting hebben: P.W. van Straalen, J.J.A. Kooijman, A.M. Overbeeke
Griffier: J. Tuit
Ter zitting zijn verschenen: mr. D. Coskun, gemachtigde van appellant, en W.C.M. Hermans, gemachtigde van het college.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • vernietigt de aangevallen uitspraak;
  • verklaart het beroep tegen het besluit van 10 februari 2016, voor zover dit de vaststelling van de draagkracht betreft, gegrond en vernietigt dat besluit in zoverre;
  • herroept de besluiten van 17 maart 2015 en 13 november 2015 tot vaststelling van de draagkracht;
  • veroordeelt het college tot vergoeding van de wettelijke rente over de nabetalingen die moeten plaatsvinden;
  • veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.004,-;
  • bepaalt dat het college aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 170,- vergoedt.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
In geding is uitsluitend de periode vanaf 1 maart 2015. Ter zitting heeft de gemachtigde van het college het standpunt ingenomen dat het college de bestreden besluitvorming, die ziet op de vaststelling van de draagkracht van appellante, niet langer handhaaft omdat appellante geen draagkracht had. Dit betekent dat ook de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen wordt de draagkracht van appellant per 1 maart 2015 vastgesteld op nihil. Het college is gehouden de ten onrechte ingehouden bijstand terug te betalen. Het verzoek om vergoeding van de wettelijke rente over de nabetalingen per 1 maart 2015 wordt toegewezen. De rente moet worden berekend overeenkomstig de uitspraak van 25 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1958.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(get.) J. Tuit (get.) P.W. van Straalen
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
sg