In deze zaak stond de vaststelling van de draagkracht van appellant vanaf 1 maart 2015 centraal. Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem had eerder een besluit genomen waarin werd aangenomen dat appellant draagkracht had, wat leidde tot inhouding van bijstand.
Tijdens de zitting heeft het college haar standpunt gewijzigd en erkend dat appellant geen draagkracht had. Hierdoor kon de eerdere uitspraak van de rechtbank Gelderland niet in stand blijven. De Centrale Raad van Beroep stelde daarom de draagkracht van appellant per 1 maart 2015 vast op nihil.
Het college werd veroordeeld tot terugbetaling van de ten onrechte ingehouden bijstand, inclusief de wettelijke rente over de nabetalingen vanaf genoemde datum. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellant.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een correcte vaststelling van draagkracht bij bijstandsverlening en bevestigt dat onterechte inhoudingen moeten worden terugbetaald met rente.