Uitspraak
17 1730 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
BESLISSING
van € 170,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2012 bijstand en heeft in december 2015 een individuele inkomenstoeslag aangevraagd. Het college wees deze aanvraag af omdat zij deelnam aan een traject gericht op arbeidstoeleiding, wat volgens het beleid uitzicht op inkomensverbetering geeft.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante stelde in hoger beroep dat het college geen individuele beoordeling had gemaakt en onterecht een categoriale benadering hanteerde. De Raad oordeelde dat de wet vereist dat het college elke aanvraag individueel beoordeelt op basis van persoonlijke omstandigheden.
Hoewel het beleid van het college een categoriale benadering hanteert, bleek uit de rapportage van een arbeidsdeskundige dat appellante voldoende bekwaamheden had en dat er consensus was over haar mogelijkheden op betaalde arbeid. Hierdoor was het standpunt van het college dat zij uitzicht had op inkomensverbetering redelijk.
De Raad constateerde een motiveringsgebrek in het beleid maar paste artikel 6:22 Awb Pro toe om dit gebrek te passeren omdat het geen nadelige gevolgen had voor appellante. Het hoger beroep werd afgewezen en de rechtbankuitspraak bevestigd, met een veroordeling van het college in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mag de individuele inkomenstoeslag weigeren wegens uitzicht op inkomensverbetering.