ECLI:NL:CRVB:2018:182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen niet-ontvankelijkheid en herziening AOR-besluiten afgewezen
Appellant, geboren in 1938 in Nederlands-Indië, diende in juni 2014 een aanvraag in op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Bij besluit van 2 december 2014 werd hij erkend als oorlogsslachtoffer met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 30%, wat leidde tot een invaliditeitsuitkering van 15%.
Appellant maakte op 30 juli 2015 bezwaar tegen dit besluit en verzocht tevens om herziening. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Appellant voerde medische redenen aan, maar de Raad oordeelde dat hij niet buiten staat was zijn belangen te behartigen en dat hij bovendien vijf maanden na afloop van de medische behandelingen nog wachtte met het indienen van bezwaar.
Het herzieningsverzoek werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die tot een andere beslissing zouden leiden. De Raad bevestigde dat de vaste gedragslijn van verweerder correct was toegepast, waarbij alleen de arbeidsongeschiktheid vóór het 70e levensjaar wordt meegewogen.
De beroepen tegen beide besluiten werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-ontvankelijkverklaring en het afgewezen herzieningsverzoek worden ongegrond verklaard.