ECLI:NL:CRVB:2018:1750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstelbesluit bijstand naar gehuwdennorm voor EU-werkzoekende met Bulgaarse nationaliteit
Appellanten, een Nederlandse man en zijn partner met Bulgaarse nationaliteit, vroegen bijstand aan naar de gehuwdennorm. Het college kende bijstand toe aan appellant, maar weigerde dit voor appellante omdat zij korter dan drie maanden in Nederland verbleef en niet als werknemer werd aangemerkt. Later werd appellante als werkzoekende beschouwd en werd de aanvraag opnieuw afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de arbeidsstatus van appellante. Zij werkte op basis van een nul-urencontract en verdiende een bedrag dat niet zonder meer als marginale arbeid kon worden bestempeld. Het college had meer feiten en omstandigheden moeten onderzoeken.
Ook was overleg met de Immigratie- en Naturalisatiedienst noodzakelijk om de verblijfsstatus en het recht op bijstand volgens het Unierecht te toetsen. Het bestreden besluit ontbeerde een deugdelijke motivering en was onzorgvuldig voorbereid. Daarom werd het besluit vernietigd en het college opgedragen het gebrek te herstellen en een nieuwe beslissing te nemen.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het college wordt opgedragen het besluit te herstellen en opnieuw te beslissen.