ECLI:NL:CRVB:2018:1709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek terugvorderingsbesluit bijstand wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet. Na een heronderzoek in 2014 bleek dat er bedragen van derden op zijn bankrekening waren bijgeschreven, die het college als inkomen beschouwde omdat appellant niet had aangetoond dat het geleende gelden waren. Het college herzag en vorderde de bijstand terug over een bepaalde periode. Appellant maakte geen bezwaar tegen dit besluit.
Later verzocht appellant om herziening van het terugvorderingsbesluit, stellende dat hij geld had geleend om een reis naar Afrika te bekostigen vanwege het plotselinge overlijden van zijn moeder. Het college wees dit verzoek af omdat deze feiten al bekend waren bij het oorspronkelijke besluit en er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het afwijzingsbesluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, stellende dat de aangevoerde gronden geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden vormden en dat het besluit niet evident onredelijk was. Het hoger beroep werd daarmee verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.