ECLI:NL:CRVB:2018:1682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering toelage wegens niet-naleving vervroegd uittreden ambtenaar
Appellant, werkzaam bij de gemeente Valkenburg aan de Geul, ontving een toelage op grond van artikel 10 van Pro de Bezoldigingsverordening 1997, gekoppeld aan vervroegd uittreden via de FPU-regeling. Na het vervallen van deze regeling in 2006 bleef appellant de toelage ontvangen, hoewel hij in 2011 aan het college meldde tot 66 jaar te willen doorwerken.
Het college beëindigde de toelage per 1 januari 2012 en vorderde terugbetaling van de onverschuldigd betaalde toelage over de periode 2005-2012. De rechtbanken oordeelden dat het college daartoe bevoegd was en dat de toelage over die periode onverschuldigd was betaald, maar matigden de terugvordering wegens bijzondere omstandigheden.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat appellant gehouden is aan zijn oorspronkelijke verklaring om vervroegd uit te treden en dat het college terecht de toelage heeft beëindigd. De Raad acht het redelijk en billijk om de terugvordering te beperken tot de toeslag over 22,5 maand, waarbij college en appellant ieder de helft dragen. De aangevallen uitspraken worden bevestigd.
Uitkomst: De toelage mocht worden beëindigd per 1 januari 2012 en de terugvordering wordt beperkt tot de toeslag over 22,5 maand, waarbij college en appellant ieder de helft dragen.